Nieuwe projectgroep zoekt met 'open vizier' naar betekenis van de Lelylijn

Projectdirecteur Stijn Lechner van de Lelylijn. Foto: Mediahuis Noord

Afgelopen week trapte de eerste echte projectorganisatie voor de Lelylijn af in Meppel. Na lobbyclubjes, stichtingen, vrijwilligers en politieke debatten, kent de Lelylijn de eerste passagiers. Het Deltaplan-overleg, een samenwerking tussen ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, vier noordelijke provincies en grote steden, moet de haalbaarheid van de Lelylijn onderzoeken.

De belangrijkste opdracht is het uitvoeren van een MIRT-onderzoek, waarbij gekeken wordt naar de ‘juridische, financiële en maatschappelijke haalbaarheid’ van de Lelylijn, aldus de projectclub. Ook de infrastructurele ontwikkelingen naast het spoor - voor nieuwe woonwijken en wegen - wordt erbij betrokken. Uniek voor een projectorganisatie van het Rijk.

Aan de Lelylijn kleven al veel definities

Aan de Lelylijn kleven al veel definities. De eerste associatie: een sneltrein tussen Lelystad en Groningen, met stops in Heerenveen en Drachten, en een aftakking naar Leeuwarden. Maar de Lelylijn heeft nog geen begripsbepaling.

Er zijn websites, er zijn tekeningen, er leven plannen in hoofden van voorstanders. Maar geen van die ideeën is beleid. De Lelylijn is nog geen woord in de Dikke van Dale.

In vier provincies wel. Fryslân, Groningen, Drenthe en Flevoland boden vorig jaar ‘de bouwstenen’ voor ‘het Deltaplan voor het Noordelijk-Nederland’, hun aanbieding aan het Rijk, in ruil voor onder andere de Lelylijn. Zij tekenden al een potentieel tracé en boden aan tienduizenden huizen te bouwen.

Zoeken naar draagvlak

Stijn Lechner noemt dat rapport ‘een degelijk stuk werk’. Lechner wordt projectdirecteur van het Deltaplan-overleg en dus de hoogste Lelylijn-ambtenaar. Hij woont in Amsterdam, is opgegroeid in Veendam en wil zich nog niet blindstaren op wat er in dat rapport staat.

Lechner wil nu tot ‘een breed gedragen’ projectplan komen en zal naast overheden, ook belanghebbenden en omwonenden bij zijn club betrekken. Hij voelt een ‘enorme vorm van vrijheid’ om met ‘een open vizier’ de ‘aantoonbaarheid van de Lelylijn’ te onderzoeken. Waar spoor en stations komen ‘ligt helemaal open’.

In het najaar van 2024 moet Lechner met zijn team de resultaten presenteren en volgt - in politiek jargon - het moment van go or no go : komt er al dan niet een Lelylijn. ‘Dat klinkt lang, maar dat is het in de infra-wereld niet. We hebben een flinke klus te klaren’.

Zijn budget is 8 miljoen euro. Het Rijk doet voor 3 miljoen euro mee, de noordelijke provincie voor hetzelfde bedrag. In 2024 zullen ze ieder nog een miljoen euro moeten inbrengen.

‘De trein is vertrokken’

René Paas, commissaris van de Koning in Groningen, noemde de Lelylijn woensdag een ,,trein die nu is vertrokken en niet meer tot stilstand gaat komen’’. Hij is de voorzitter van SNN, het samenwerkingsverband van de noordelijke overheden. ‘Het is werk van de lange baan, maar heel noordelijk Nederland staat erachter. Nu Duitsland nog’.

Staatssecretaris Vivianne Heijnen (CDA, spoor) wil de komende maanden bondgenoot Duitsland warm maken voor de Lelylijn. Deze week kreeg ze de spoorlijn op de Europese spoorkaart, maar wel op de minst urgente. Ze wil ‘de Duitsers nog enthousiaster’ maken, om de Lelylijn in Europa ‘van schil naar kern’ te krijgen. Daar is Duitse steun voor nodig. Hoe hoger op de lijst, hoe groter de kans op meer Europees geld.

Van Noord/Zuidlijn naar Lelylijn

Projectdirecteur Stijn Lechner was eerder nauw betrokken bij de infrastructurele ontwikkeling van de Amsterdam, met de aanleg van de Noord/Zuidlijn. Hij heeft zijn roots in het Noorden, wat hem warm maakte voor deze klus, ‘om heel Nederland beter bereikbaar te maken’. Hij weet dat hem een ‘complexe opdracht’ te wachten staat. ‘Ik zal veel hulp nodig hebben’.

Nieuws

menu