Zuiderzeeland verwacht watertekort in Flevoland rond 2050

Er zal een steeds grotere watervraag zijn, vooral voor beregening. Archieffoto: Egbert Voerman

De verwachting is dat er rond 2050 gemiddeld eens in de 20 jaar watertekorten optreden. Ook veranderen de chlorideconcentraties in het grond- en oppervlaktewater. Dit zijn uitkomsten van een onderzoek dat in opdracht van Waterschap Zuiderzeeland is uitgevoerd.

Het waterschap gebruikt de uitkomsten van het onderzoek om zich goed voor te bereiden op de toekomstige waterbeschikbaarheid. Mogelijke oplossingsrichtingen worden de komende periode samen met gebiedspartners verder onderzocht.

Geen vanzelfsprekendheid

Voldoende water van goede kwaliteit is ook in Flevoland niet vanzelfsprekend. De droge zomers van 2018 en 2019 hebben dat laten zien. Waterschap Zuiderzeeland wil goed voorbereid zijn op situaties waarin er minder water of water van minder goede kwaliteit beschikbaar is. Een consortium (bureau HKV, Deltares en KnowH2O) heeft de huidige situatie en de verwachtingen voor de toekomst in kaart gebracht. Daarnaast sprak het waterschap met verschillende gebiedspartners om aandachtsgebieden die nu en in de toekomst spelen in beeld te brengen.

Veel vraag door beregening

De belangrijkste conclusies uit het rapport zijn dat de verwachting is dat er rond 2050 gemiddeld eens in de 20 jaar watertekorten optreden. Droge jaren als in 2018 komen rond 2050 twee keer zo vaak voor als dat het nu voorkomt. Daarbij neemt ook de watervraag toe. Dit wordt vooral veroorzaakt door een grotere watervraag voor beregening. De chlorideconcentratie in het kwelwater verandert. Dit heeft consequenties voor de chlorideconcentraties in het oppervlaktewater. Globaal beeld is dat de chlorideconcentraties in de Noordoostpolder en in Zuidelijk en Oostelijk Flevoland langs het Markermeer en IJsselmeer stijgen.

Hoe nu verder?

Waterschap Zuiderzeeland wil goed voorbereid zijn op situaties waarin minder water of water van minder goede kwaliteit beschikbaar is dan gewenst. De uitkomsten van het onderzoek en de geïnventariseerde aandachtsgebieden vormen hiervoor een belangrijke basis. De nieuwe inzichten deelt het waterschap met onze gebiedspartners, zodat ook zij zich goed voor kunnen bereiden op de toekomstige waterbeschikbaarheid. Daarnaast vormen de opgedane inzichten de basis om met het waterschapsbestuur in gesprek te gaan over de rol van het waterschap. Om dit gesprek goed te kunnen voeren, onderzoekt men de komende periode eerst mogelijke oplossingsrichtingen met diverse partners als LTO, natuurbeheerders, provincie en gemeenten.

Nieuws

menu