Elfstedenschaatser Henk Mai uit Emmeloord: ‘Dokkum heeft de meeste indruk op mij gemaakt’

Emmeloorder Henk Mai heeft tal van mooie herinneringen aan de Elfstedentocht van 4 januari 1997. Foto Reina Halman Fotografie

Emmeloord - Zijn elfstedenschaatsen zal hij nooit meer onderbinden. Henk Mai (75) wilde ze eigenlijk naar de kringloopwinkel brengen, maar hij twijfelt. De herinneringen aan de 15e Elfstedentocht zijn te mooi. ‘De tocht uitrijden is een overwinning op jezelf.’

De Emmeloorder was er een kwart eeuw geleden bij, toen op zaterdag 4 januari 1997 de laatste Tocht der Tochten werd gereden. Ver achter winnaar Henk Angenent kwam Henk Mai ’s avonds laat in het pikkedonker over de finish. Het was een zware tocht: harde wind en gevoelstemperaturen rond de min twaalf. De geboren Hagenaar had de legendarische schaatstocht voor geen goud willen missen. Het enthousiasme van de liefhebbers op weg naar Leeuwarden, de toejuichingen van het publiek, de toewijding van de EHBO-vrijwilligers, het gevoel als je over de streep komt: onbetaalbaar.

Bladerend door de map met krantenartikelen, pasjes, foto’s en stempelkaart blikt Mai terug op de Elfstedentocht van 25 jaar geleden. Om zijn woorden kracht bij te zetten haalt hij zijn schaatsen en het beroemde kruisje erbij. ‘Van Bartlehiem naar Dokkum had je de wind pal tegen, niemand wilde op kop rijden. Ik kwam helemaal kapot aan in Dokkum, maar de mensen daar waren geweldig. Dokkum heeft de meeste indruk op mij gemaakt. Ze schonken daar koffie en thee en ze praatten alle rijders moed in. Mijn vrouw en ik zijn nog vaak terug geweest om dat gevoel van toen weer op te roepen.’

IJshockeyschaatsen

Om tien over half tien ’s ochtends vertrok hij, om twintig over tien ’s avonds kwam Henk Mai over de eindstreep in Leeuwarden. En dan te bedenken, dat hij opgroeide in Den Haag en met schaatsen op natuurijs niets had. ‘Ik had alleen ijshockeyschaatsen.’ Pas toen hij in de jaren ’80 voor zijn werk bij Rijkswaterstaat naar de Noordoostpolder verhuisde, maakte Mai kennis met het oer-Hollandse fenomeen schaatsen op natuurijs. ‘Veel van mijn collega’s waren Friezen. Ik werd meegezogen in hun enthousiasme. We hebben zulke fijne toertochten gereden.’

De Hollands Venetiëtocht, de Blokzijler Merentocht en noem maar op: het waren prima trainingen voor de grote dag in januari ’97. Henk Mai werd in de loop der jaren een steeds betere schaatser. ‘Ik wilde me als geboren Hagenaar niet op de kop laten zitten door de Friezen.’ Op de bewuste zaterdag zag de Emmeloorder op televisie de start van de wedstrijdrijders. Hij vertrok zo laat uit zijn woning in de Erven, dat hij in Heerenveen met de grootste moeite een plekje in de trein wist te bemachtigen. ‘En in de FEC-hal, waar de start was, kon ik zo doorlopen.’

Kusje op voorhoofd

De tocht maakte indruk door het barre weer, de soms slechte staat van het ijs (‘Blijven mijn schaatsen wel heel?’) en de lengte (bijna 200 kilometer), maar de hele entourage rond de Elfstedentocht vond de pensionado misschien nog wel het meest imponerend. Neem bijvoorbeeld de terugreis. ‘Ik kwam bij dezelfde groep in de trein te zitten, die ik op de heenreis ook was tegengekomen. ‘Heb je het gehaald?’, werd er gevraagd. ‘Ja’, zei ik, waarna ik spontaan op mijn voorhoofd werd gekust. Die gasten hadden geen stem meer over. Ze waren allemaal aangeschoten en helemaal door het dolle heen.’

De toewijding van de EHBO-vrijwilligers vergeet Henk Mai ook nooit meer. ‘Ik had wat problemen met een grote teen. Een EHBO’er heeft die teen zeker twintig minuten met zijn handen verwarmd en de bloedsomloop gestimuleerd. Geweldig toch? Ik kreeg ook nog goede raad mee voor de rest van de tocht: ‘Blijf die teen onderweg bewegen!’ We zijn nog een keer terug geweest om te kijken waar die EHBO-post precies stond; was ergens bij een bruggetje tussen de weilanden.’ Zo ging Henk Mai ook naar Zwolle, speciaal om zijn schaatsheld Reinier Paping in diens sportwinkel te zien.

‘Bijna ziekelijk’

De passie van Mai voor het schaatsen op natuurijs ging soms wel heel ver. Eind 2010 werd op de Belterwijde bij Wanneperveen het NK marathonschaatsen gehouden. ‘De dag ervoor heb ik zelf het parcours geschaatst, zodat ik precies wist wat die schaatsers tijdens de wedstrijd voelden. Het was bijna ziekelijk.’ De laatste jaren is Henk Mai minder fanatiek met zijn grote sportliefde bezig. Een stukje schaatsen op het water in de Erven, dat was het wel zo’n beetje. ‘Ik keek meer naar scheuren in het ijs dan naar al het moois om me heen: te bang om te vallen. Dan is het tijd om te stoppen.’

Zijn elfstedenschaatsen, lage noren van het merk Ballangrud, zitten nog in de doos. Mai haalt ze tevoorschijn. Ze staan klaar om te verkassen naar Het Goed, maar ja, wie is tegenwoordig nog in dit soort schaatsen geïnteresseerd, vraagt hij zich af? Gratis advies, Henk: bewaar ze lekker, als mooie herinnering aan de laatste Elfstedentocht. Ze vormen samen met al die andere spullen een prachtige collectie, die de gedachten doet teruggaan naar 4 januari 1997.

Harry de Ridder

Nieuws

Meest gelezen