Dakar Rally: ‘Die dromedarissen kijken niet op of om’

Kornelis Offringa uit Creil met navigator Miranda van Middendorp uit Voorthuizen voor de Unimog. Foto: Marije Bakelaar

Creil - Tien uit tien. Hij heeft het geflikt. Tien keer verscheen Kornelis Offringa (58) aan de start van de Dakar Rally en even vaak kwam hij heelhuids over de streep. Saoedi-Arabië was voor de derde keer op rij gastheer van het spektakel. De Creilenaar debuteerde in het land van de oliesjeiks. ‘Het is een aparte wereld.’

Pas vier maanden voor de start op 1 januari werd Offringa benaderd door De Paauw Rally Team, dat met drie Mitsubishi’s Pajero Evo meedeed, met de vraag of hij voor de broodnodige assistentie wilde zorgen. Anders gezegd: of hij in zijn Unimog, een rijdende werkplaats, de auto’s wilde oplappen als er mechanische tegenspoed was. Daar hoefde Offringa niet lang over na te denken. ‘De hele entourage van Dakar spreekt me enorm aan: het zand, de duinen, de spanning. Eén ding is zeker in de Dakar Rally: niks is zeker. Je ziet altijd dingen, die je nooit eerder hebt gezien. Op papier weet je hoe het er na elke bocht uitziet en toch kan het elke keer anders zijn.’

Drie Mitsubishi’s

De Paauw Rally Team deed mee aan de Dakar Classic, een soort Dakar Light, voor voertuigen uit het bouwjaar 1999 of daarvoor. De Unimog is van 1999, dus mochten chauffeur Kornelis Offringa en zijn navigator Miranda van Middendorp uit Voorthuizen meedoen bij de ‘oudjes’. Een hoge positie zat er sowieso niet in om de simpele reden, dat hun belangrijkste opdracht was de drie Mitsubishi’s elke dag over de streep te brengen. Offringa/Van Middendorp eindigde in een veld van 129 deelnemers op een zeer verdienstelijke 67e plaats. Voor Van Middendorp was het haar vuurdoop. Offringa: ‘Het ging heel goed. Ik zou haar zo weer meenemen.’

Drie weken lang was de ondernemer uit Creil van huis. Op Nieuwjaarsdag ging de Dakar Rally van start in Jeddah om er veertien dagen later ook weer te eindigen. Later dan gepland, in de nacht van afgelopen zaterdag op zondag, reed hij weer het Wrakkenpad op, waar hij woont. Niet geheel fris en fruitig doet hij zondagochtend zijn verhaal over het avontuur in de niet eens zo hete (het is winter in het Midden-Oosten) zandbak. De medaille, met het bekende logo van de Dakar Rally erop, is een mooie herinnering. Offringa en zijn Unimog (‘De vooras moest eerst worden gerepareerd, want die was krom als gevolg van een stuiter van drie meter hoog in Marokko’) zijn een onverwoestbaar stel.

Is de Dakar Classic te vergelijken met de grote wedstrijd?

‘Nee. Je kan de Dakar Classic omschrijven als Dakar light. Het is serieus een stuk minder zwaar. Je rijdt net zoveel kilometers als de andere deelnemers, maar je rijdt veel meer over de gewone weg. Ik wil niet opscheppen, maar ik kan heel aardig een truc besturen. Ik vind, dat we de eerste week te weinig zijn uitgedaagd. De tweede week konden we lekker doorjagen, maar omdat we een paar keer te laat binnen kwamen, kregen we veel strafpunten. Lag een van de Mitsubishi’s op de kop of had er eentje pech: dan moesten wij bijspringen. Dat kost tijd.’

Speelde corona een grote rol tijdens de rally?

‘Ja. Je wordt ontelbare keren getest en er was veel gekloot met de papieren. Er staat veel op het spel, dus corona zorgde voor een hoop stress. Voordat ik vanuit Nederland op de plaats van bestemming was, waren we drie dagen verder. En altijd dat mondkapje op. Zodra je de tent uitliep, moest dat ding weer op. Niet leuk. Je was soms alleen maar met corona bezig, het overheerste alles. We hebben ook heus schik gehad, maar corona was wel een beperkende factor.’

Hoe waren de omstandigheden in Saoedi-Arabië?

‘Het was een groot voordeel, dat het er niet zo heet was. In Argentinië, waar het tijdens de Dakar Rally zomer was, had je met veel hogere temperaturen te maken. Op grotere hoogte was het best wel fris. Eén etappe werd geschrapt vanwege de regen en moesten we de verbindingsroute van 700 kilometer rijden. 90 kilometer per uur rijden met die Unimog, die enorm veel lawaai maakt: dat was een lange dag… Nee, sterke drank was er niet bij. Ook niet een beetje, helemaal niks. Maar ik heb niets gemist, want ik heb mijn hele leven nog niet gedronken.’

Waar gaat je voorkeur naar uit: naar Saoedi-Arabië of naar Zuid- Amerika?

‘Dan toch liever Zuid-Amerika. De zandduinen in Peru en Argentinië zijn veel hoger. Die heb ik nu wel gemist. En ik vind de sfeer, de mensen en de cultuur in Zuid-Amerika leuker. Saoedi-Arabië is een gesloten wereld, ik vind het geen prettig land. Ze rijden er in die dikke auto’s als gekken. Zuid-Amerika is minder raar. Maar ja, het rijden van de Dakar Rally zelf is machtig mooi werk. En wat leuk was: er lopen in Saoedi-Arabië veel dromedarissen, heel veel. Je ziet ze overal in de desert. Je kon rustig met 80 kilometer per uur op een meter of drie langs die dieren rijden: ze keken niet op of om.’

Komt er voor Kornelis Offringa een elfde Dakar Rally?

‘Weet ik niet. Het grote probleem is, dat Dakar een spel voor miljonairs is geworden. Wij hebben ook wel een paar centen, maar om mee te kunnen blijven doen moet de rally eigenlijk ingedeeld worden in verschillende budgetcategorieën, zodat de ‘gewone man’ ook kan meedoen. En dan wil ik het liefst de originele rally rijden, dus niet de Classic. Niet opschepperig bedoeld, maar dan rijd ik de rally ook uit. De hoogste duinen, de diepste sporen: mij maakt het niet uit.’

Harry de Ridder

Nieuws

menu