Na twee jaar weer wedstrijden voor GIA uit Rutten. ‘Sloeproeien is een karaktersport. Machtig mooi’

De bemanning van de Razende Snol in training voor het komende seizoen op de Lemster Vaart. Foto Reina Halman Fotografie

Rutten - Twee jaar lang roeiden ze geen wedstrijd. Alfons Wisse en Remon Kriek kijken daarom reikhalzend uit naar begin mei, als ze weer los gaan. Kriek: ‘Tijdens het roeiseizoen gaan we heel intensief met elkaar om. Die kameraadschap, het alles voor elkaar over hebben, dat heb ik gemist.’

Sinds een maand is de bemanning van de Razende Snol, een van de drie sloepen van GIA uit Rutten, weer in training. Op dinsdagavond werken de mannen op het water rond Rutten en Lemmer toe naar de vorm, die nodig is om fatsoenlijk voor de dag te komen. De vereniging was in het verleden af en toe zeer succesvol getuige enkele kampioenschappen. De mannen van de Razende Snol zijn blij als ze voor een uitschieter kunnen zorgen. ‘We hebben een leuke groep’, meent Kriek, ‘maar we vormen nog geen eenheid. Daar wil je wel heen, maar dat heeft tijd nodig. En de tijd zat niet mee.’

Grou en Lemmer

De eerste wedstrijd van het nieuwe seizoen, Vechten op de Vecht in Weesp afgelopen zaterdag, heeft de Razende Snol aan zich voorbij laten gaan. Begin mei komen de mannen uit Rutten en omgeving in actie in Grou en Lemmer, als voorbereiding op de meest iconische sloeproeiwedstrijd van Nederland, de HT Race van Harlingen naar Terschelling, op 27 mei. Wisse (48) en Kriek (41) willen graag aardige prestaties leveren met de groep, maar ze gaan daarvoor niet tot het gaatje. ‘Niet twee keer in de week trainen, geen voedingsschema’s. We willen het leuk houden’, aldus Wisse.

De sloeproeiers uit Rutten gaan niet voor de prijzen. Ze gaan hun stinkende best doen om soms een plek in de top vijf te bemachtigen. ‘Dan moeten de omstandigheden meezitten en moeten we geen fouten maken’, zegt Wisse. ‘Voor de rest gaan we gewoon lekker trainen’, vult Kriek aan. ‘Er zijn er, die wel twee keer per week willen trainen, maar niet iedereen heeft dezelfde prioriteiten.’ Spierpijn leverden de eerste trainingen niet op. ‘Nee, het is vooral een kwestie van het gevoel terugkrijgen, een beetje inroeien. Je moet er niet als een raket vandoor gaan, dan schieten je armen vol.’

Helemaal kapot

Volgens Alfons Wisse, werkzaam in de agrarische wereld, is sloeproeien een zware sport en vooral in de Razende Snol. ‘Het is hard werken, zeker in onze sloep, een werksloep. Dat vind ik het mooie van deze sport: je moet veel werk verzetten om te presteren.’ Conditioneel, zeggen beide mannen, ga je niet zo snel stuk, maar je moet een race goed verdelen. ‘Als je er één lange sprint van maakt, verzuur je en ga je wel helemaal kapot.’ Het is geen alledaagse sport, vindt Remon Kriek. ‘En helemaal geen sport voor watjes.’

De wedstrijd op de Wadden, van Harlingen naar Terschelling, is het monument van de sloeproeisport in Nederland. De ambiance, de lengte van de race, de strijd tegen de elementen: alles klopt. ‘Dat hele weekend is prachtig’, vindt boomverzorger Kriek. ‘Met slecht weer zijn de ontberingen het grootst.’ Alfons Wisse kan zich een editie herinneren met hagel, natte sneeuw en harde wind. ‘Dat vind ik de mooiste wedstrijden.’ Remon Kriek brengt de wedstrijd van 2005 in herinnering. ‘Wij kwamen van de 140 boten als laatste over de finish. Er waren meer dan 100 boten van het Wad gehaald.’

Lastig verhaal

Met de drive en de teamspirit zit het wel goed bij de ploeg van de Razende Snol, een naam die door Sjoerd Blom, een van de mannen van het eerste uur van Gang Is Alles, werd bedacht. ‘Je hoort vaak speakers aarzelen bij het uitspreken van de naam. Heerlijk’, lacht Wisse. Wat wel een dingetje is: de bezetting. De vaste kern bestaat uit acht mannen, maar het zou lekker zijn als dat er tien werden. Een paar ‘oudere’ mannen zou wel een stapje opzij willen zetten, maar dan moeten er wel opvolgers klaar staan. En dat is een lastig verhaal.

Hoe komt dat? Dat vragen Wisse en Kriek zich ook af. Ze hebben het idee dat de jongere generatie minder fanatiek is en dat velen andere prioriteiten stellen. ‘Maar een paar jonge honden erbij, die voor concurrentie zorgen zodat je voor je plek moet vechten: dat zou heel mooi zijn.’ De mannen zijn blij, dat er weer wordt getraind en dat er weer wedstrijden worden georganiseerd. Ze kunnen niet genoeg benadrukken hoe mooi de sloeproeisport is: altijd een perfecte sfeer, nooit ellende rond wedstrijden, ‘ons kent ons’: een wereld op zich waar het vaak feest is. Plus, zegt Wisse: ‘Het is een karaktersport. Machtig mooi.’

Harry de Ridder

Nieuws

menu