39-jarige man van Urk hoort in rechtbank van Lelystad taakstraf eisen voor fraude bij schuldhulp

Rechtbank - Pixabay.nl

LELYSTAD/URK – De officier van justitie heeft vrijdag een taakstaf van 50 uur geëist tegen een 39-jarige Urker. De man zou tussen oktober 2018 en eind oktober 2020 fraude hebben gepleegd bij een schuldhulptraject. Hij verzweeg volgens de officier dat hij in die periode nog vermogen had, wat hij ook uitgaf.

De verdachte vertelde in de rechtszaal dat hij zich van geen kwaad bewust is geweest en juist wel eerlijk is geweest tegen de Urker organisatie die hem vanaf november 2016 zou helpen met zijn schulden. ‘Daar heb ik gelijk aangegeven dat ik vier bankrekeningen had en een paar duizend euro op één ervan. En dat ik wilde schikken met mijn schuldeisers en niet in de schuldsanering wilde voor drie jaar.’

Bereidwillig

Hij zegt dat hem daar vervolgens werd geadviseerd ‘zijn geld bij zich te houden’. ‘Ik was echt bereidwillig, maar volgens hen hoefde het niet. Ze zouden het gaan regelen.’ Dat gebeurde daarna overigens lange tijd niet, vertelde hij de rechters. ‘De deurwaarders bleven komen, dus ik ging er van uit dat er geen regeling was getroffen.’

Pas in de loop van 2018 kwam er schot in de zaak, legde zijn advocaat ter zitting uit. Toen kwam er een regeling en bleek er voor bijna 25.000 euro aan schulden te zijn kwijtgescholden.

Vermogen verzwegen

‘De stichting heeft geblunderd en dat wordt nu mijn cliënt in de schoenen geschoven.’ Hij vroeg dan ook om vrijspraak. Maar daar was de officier het niet mee eens. Zij gelooft de hulpverlener die zegt dat hij bij aanvang van het hulptraject zijn vermogen heeft verzwegen. Bovendien ondertekende hij een formulier waarin hij beloofde eerlijk te zijn over zijn financiën. Nu hij zich daar blijkbaar niet aan hield, maakte hij zich schuldig aan fraude.

Maar waar ze er eerst vanuit ging dat hij al vanaf 2016 fraudeerde en daar dus 100 uur werkstraf en 5.000 euro boete voorwaardelijk eiste, paste ze na het pleidooi van advocaat Ferre Dijkers haar strafeis naar beneden bij.

Hij bepleitte namelijk dat de Urker pas in oktober 2018 een aantoonbaar concrete regeling had met de stichting. Wat er in de periode daarvoor is gebeurd, telt wat hem betreft niet mee. De officier was het daarmee eens en paste haar oorspronkelijke verdenking en strafeis ter zitting nog aan.

Uitspraak over twee weken.


Nieuws

menu